Triage in de huisartsenpraktijk

periode: 2013

Een patiënt die de huisartsenpraktijk belt, moet erop kunnen vertrouwen dat de doktersassistente aan de telefoon de hulpvraag op professionele wijze beantwoordt, de juiste urgentie inschatting maakt en de juiste hulp geeft. Veel telefonische hulpvragen kunnen beantwoord worden met een telefonisch advies. Adequate triage en telefonisch advies vermindert en reguleert de werkdruk van huisartsen zonder nadelige gevolgen voor de patiënt. De doktersassistente kent vaak de patiënt en zijn of haar context en heeft ook zicht op de medische voorgeschiedenis. Bovendien zijn er overdag weinig spoedgevallen en in geval van spoed, is de huisarts direct te consulteren.

Lees meer over triage in de huisartsenpraktijk

Het is onbekend hoe de telefonische triage in de huisartsenpraktijk is georganiseerd en of deze veilig en doelmatig is. Ook is onbekend in hoeverre doktersassistenten zijn getraind in de triage en in hoeverre de NHG TriageWijzer of Telefoonwijzer wordt gebruikt. Hetzelfde geldt voor de supervisie door huisartsen: worden alle telefonische adviezen besproken of alleen de twijfelgevallen? Doel van het onderzoek is inzicht verkrijgen in de huidige organisatie, werkwijze, veiligheid en doelmatigheid van triage door doktersassistenten in de huisartsenpraktijk.

We doen onderzoek met de volgende vraagstellingen:

  • Wat zijn de achtergrondkenmerken van doktersassistenten? (leeftijd, opleiding, ervaring, soort praktijk)
  • Hoe wordt de triage in de huisartsenpraktijk georganiseerd? (gebruik NHG triagewijzer, afspraken rondom overleg huisarts)
  • Wat is de mate van over- en ondertriage bij het inschatten van urgentie (U0-U5)?
  • Wat is de mate van over- en onderschatting van de benodigde hulp?
  • Welke kenmerken van de doktersassistente en huisartsenpraktijk zijn van invloed op de kwaliteit van triage?

Informatie: Paul Giesen, e-mail: Paul.Giesen@radboudumc.nl

Opdrachtgever: NVDA, Utrecht

Wetenschappelijk onderzoek van het NTS

periode: 2007-2009

Momenteel wordt de zorg buiten kantoortijd in Nederland geleverd door de huisartsenpost (HAP), spoedeisende hulp (SEH) en de ambulancezorg. Telefonische en fysieke triage hebben de afgelopen jaren een steeds belangrijkere rol gekregen in het veilig en efficiënt stroomlijnen van de zorgvraag. Voor de triage worden verschillende triagesystemen gebruikt door de drie ketenpartners. Om uniforme triage te bereiken is daarom de Nederlandse Triage Standaard (NTS) ontwikkeld, gebaseerd op de NHG-telefoonwijzer, het Manchester Triage Systeem en de Landelijke Standaard Ambulancezorg. Het gebruik van één triagesysteem in de keten spoedzorg zou kunnen bijdragen aan uniforme communicatie, duidelijkheid voor de patiënt en efficiënte en veilige triage.

Kort rapport NTS

Lees meer over het NTS

Het bepalen van de betrouwbaarheid, validiteit, toepasbaarheid en doelmatigheid van het NTS. Vraagstelling: wat is de betrouwbaarheid van het NTS op de HAP en SEH, wat is de validiteit van het NTS (fysieke en telefonische triage), wat zijn de ervaringen van professionals en leidinggevende met het NTS en de implementatie, welke factoren zijn van invloed op de mate van compliance met het NTS èn welke redenen worden gegeven door professionals voor de lage compliance, wat zijn de patiëntervaringen met de hulpverlening door de drie ketenpartners en in hoeverre zijn eventuele verschillen te verklaren door gebruik van het NTS en tenslotte in hoeverre kan triage met het NTS leiden tot potentieel onveilige situaties en ondoelmatige triage?

Bovenstaande vraagstellingen zijn in meerdere deelprojecten onderzocht, gebruik makend van verschillende methodes.

Betrouwbaarheid: beoordelen van papieren patiëntcasus door triagisten van HAP en SEH.

Validiteit: papieren patiëntcasus en een referentiestandaard o.b.v. expert opinion en surrogaatmarkers als proxy voor de werkelijke ziekte-ernst van de patiënt. Ervaringen professionals en leidinggevenden: internetenquête. Ervaringen patiënten: enquête, voor- en nameting.

Compliance: data-analyse van contacten op HAP en SEH, gevolgd door focusgroepen met gebruikers.

Veiligheid en doelmatigheid: follow-up onderzoek van HAP en SEH contacten bij de eigen huisarts gevolgd door expert opinion over de veiligheid en doelmatigheid. Betrouwbaarheid: NTS is betrouwbaar, vergelijkbare kappa t.o.v. andere triagesystemen. Validiteit expert panel: overall goed, lage sensitiviteit HAP. Validiteit surrogaat markers: duidelijke trend SEH zichtbaar, minder voor HAP. Gebruik van NTS geen invloed op patiënttevredenheid. Professionals en leidinggevenden: grotendeels dezelfde ervaringen (m.n. implementatiegerelateerd). Gebruik NTS: redenen voor niet gebruiken m.n. ICT en draagvlak. Veiligheid en doelmatigheid: geen aanwijzingen voor onveilige of ondoelmatige zorg.

Paul Giesen, e-mail: Paul.Giesen@radboudumc.nl

Opdrachtgever: Ambulancezorg Nederland

Samenwerkingspartner: Erasmus MC – Sophia Kinderziekenhuis Rotterdam

  1. Smits M, Hanssen S, Huibers L, Giesen P. Doktersassistent mist soms hoogurgente hulpvraag. NTvG 2016;160:D412.
  2. Smits M, Hanssen S, Huibers L, Giesen P. Telephone triage general practices: a written case scenario study. Scan J Prim Health Care 2016;34:28-36.
  3. Huibers L, Smits M, Wensing M, Giesen P. Veiligheid en doelmatigheid van telefonische triage op de Nederlandse huisartsenpost. Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen 2016; 94(8).

  4. Giesen P, Mout P. Telefonische Triage. In: NHG Handboek effectieve communicatie in de huisartsenpraktijk Hoofdstuk 4.1 blz 84-88  (Uitgeverij Preludum)
  5. Philips H, van Bergen J, Huibers L, Colliers A, Bartholomeeusen S, Coenen S, Remmen R. Agreement on urgency assessment between secretaries and general practitioners: An observational study in out-of-hours general practice service in Belgium. Acta Clin Belg 2015;70(5):309-314.
  6. Smits M, Peters Y, Broers S, Keizer E, Wensing M, Giesen P. Association between primary care practice characteristics and use of out-of-hours GP cooperatives. BMC Fam Pract 2015; 16:52.
  7. Smits M, Peters Y, Broers S, Keizer E, Wensing M, Giesen P. Zorgconsumptie op de huisartsenpost: samenhang met kenmerken van de huisartsenpraktijk. Huisarts Wet 2015;58:634-637.