Nederlandse Triage Standaard (NTS) bij volwassenen

Periode: 2020 - heden

 

Na het onderzoek naar de betrouwbaarheid en validiteit van de Nederlandse Triage Standaard (NTS) bij kinderen doen we momenteel ook onderzoek gedaan voor de doelgroep volwassenen. In een case scenario studie beoordelen triagisten van 3 huisartsenposten, 3 meldkamers ambulancezorg en 3 afdelingen spoedeisende hulp 41 uitgeschreven casussen. Van deze casussen is tevoren de urgentie bepaald door experts; de referentiestandaard. De mate van overeenstemming tussen triagisten onderling (interbeoordelaarsbetrouwbaarheid) en de mate van overeenstemming tussen triagisten en de referentiestandaard (validiteit) wordt onderzocht.

Informatie: Marleen Smits, e-mail: Marleen.Smits@radboudumc.nl

Financiering: Stichting NTS

 

Videotriage op de huisartsenpost

Periode: 2019

 

Telefonische triage op de huisartsenpost kan lastig zijn, omdat de triagisten de patiënten niet kunnen zien. Het gebruik van videobeelden kan mogelijk helpen bij de inschatting van de juiste urgentie en zorginzet. Door de COVID-19 pandemie werd videotriage erg actueel, omdat patiënten zoveel mogelijk in hun thuissituatie gehouden werden. In samenwerking met de huisartsenpost Oosterhout (ZORROO) deden we onderzoek naar hoe vaak en wanneer videotriage wordt ingezet en wat de effecten zijn op de zorginzet en veiligheid. Ook onderzochten we de ervaringen van patiënten en triagisten. Videotriage werd ingezet bij verschillende veelvoorkomende gezondheidsklachten op de huisartsenpost, zoals huidklachten en trauma’s, en werd veilig bevonden. Videotriage werd vaker ingezet in de avond, minder vaak in de nacht en minder vaak bij patiënten boven 65 jaar. In vergelijking met reguliere telefonische triage, droeg videotriage bij aan een relatieve daling van het aantal fysieke consulten. Zowel patiënten als triagisten waren grotendeels positief. Pluspunten die genoemd werden waren (reis)tijdbesparing, gebruiksgemak en een groter vertrouwen in de triage-inschatting. Belemmeringen betroffen vooral technische beperkingen en extra tijdsinvestering tijdens de triage.

Informatie: Marleen Smits, e-mail: Marleen.Smits@radboudumc.nl

  1. Giesen P, Fleerakkers L. Videotriage is nuttig, veilig en efficiënt. Medisch Contact 2020; 14: 20-23.

 

Nederlandse Triage Standaard (NTS) bij kinderen

periode: 2018 - 2019

 

De betrouwbaarheid en validiteit van de Nederlandse Triage Standaard (NTS) bij kinderen is onderzocht, in opdracht van de Stichting NTS. In een case scenario studie beoordeelden triagisten van huisartsenpost, meldkamer ambulancezorg en spoedeisende hulp 40 uitgeschreven cases. Van deze cases is tevoren de urgentie en hulpinzet bepaald door experts; de referentiestandaard. De mate van overeenstemming tussen triagisten onderling (interbeoordelaarsbetrouwbaarheid) en de mate van overeenstemming tussen triagsten en de referentiestandaard (validiteit) is onderzocht. Hieruit is gebleken dat de NTS een betrouwbare en valide triage standaard is om kinderen te triëren in de gehele spoedzorgketen

Informatie: Marleen Smits, e-mail: Marleen.Smits@radboudumc.nl

Opdrachtgever: Stichting NTS

  1. Smits M, Plat E, Alink E, Apotheker M, Giesen P. Validiteit en betrouwbaarheid van de Nederlandse Triage Standaard (NTS) bij niet-verwezen kinderen in de spoedzorg. Ned Tijdschr Geneesk 2020;164:D4464.

 

KERNset observatie instrument kwaliteit triage

periode: 2013 - 2014

 

In opdracht van InEen ontwikkelden we een instrument om de kwaliteit van de triagegesprekken te beoordelen: de KERNset Triage. De KERNset beoordeelt zowel de medisch-inhoudelijke als de communicatieve aspecten van het triagegesprek. Bij de kernset hoort een handleiding die aangeeft wanneer een item voldoende of onvoldoende scoort. Sinds 2016 is gebruik van de KERNset verplicht bij de beoordeling van triagisten die willen opgaan voor herregistratie. De KERNset sluit aan bij de NHG-TriageWijzer en het NHG-competentieprofiel voor triagisten. De set kan zelfstandig worden gebruikt of ingepast worden in een bestaand beoordelingsinstrument (bijvoorbeeld de HAAK-lijst en de Latona auditlijst).

Informatie: Marleen Smits, e-mail: Marleen.Smits@radboudumc.nl

Financiering: InEen

  1. Smits M, Keizer E, Ram P, Giesen P. Development and testing of the KERNset: an instrument to assess the quality of telephone triage in out-of-hours primary care services. BMC Health Services Research 2017, 17: 798.

 

Triage in de huisartsenpraktijk

periode: 2013

 

Een patiënt die de huisartsenpraktijk belt, moet erop kunnen vertrouwen dat de doktersassistente aan de telefoon de hulpvraag op professionele wijze beantwoordt, de juiste urgentie inschatting maakt en de juiste hulp geeft. Veel telefonische hulpvragen kunnen beantwoord worden met een telefonisch advies. Adequate triage en telefonisch advies vermindert en reguleert de werkdruk van huisartsen zonder nadelige gevolgen voor de patiënt. De doktersassistente kent vaak de patiënt en zijn of haar context en heeft ook zicht op de medische voorgeschiedenis. Bovendien zijn er overdag weinig spoedgevallen en in geval van spoed, is de huisarts direct te consulteren.

Lees meer over triage in de huisartsenpraktijk

Wij verrichtten onderzoek naar de triage in de huisartsenpraktijk met de volgende vraagstellingen:

  • Wat zijn de achtergrondkenmerken van doktersassistenten? (leeftijd, opleiding, ervaring, soort praktijk)
  • Hoe wordt de triage in de huisartsenpraktijk georganiseerd? (gebruik NHG triagewijzer, afspraken rondom overleg huisarts)
  • Wat is de mate van over- en ondertriage bij het inschatten van urgentie (U0-U5)?
  • Wat is de mate van over- en onderschatting van de benodigde hulp?
  • Welke kenmerken van de doktersassistente en huisartsenpraktijk zijn van invloed op de kwaliteit van triage?

Informatie: Paul Giesen, e-mail: Paul.Giesen@radboudumc.nl

Opdrachtgever: NVDA, Utrecht

  1. Smits M, Hanssen S, Huibers L, Giesen P. Doktersassistent mist soms hoogurgente hulpvraag. NTvG 2016;160:D412.
  2. Smits M, Hanssen S, Huibers L, Giesen P. Telephone triage general practices: a written case scenario study. Scan J Prim Health Care 2016;34:28-36.